Historie - van pottenbakkerij naar theater

Van de late middeleeuwen, gedurende de Gouden Eeuw, tot in de industriële revolutie was het typisch roodbruine aardewerk van Brabant het meest gevraagd in heel Nederland. De goede kwaliteit (grondstoffen) en gunstige prijs (lagere lonen), maakten dat we de concurrentie met steden als Gouda en Delft prima aan konden. Met name Bergen op Zoom en Oosterhout waren beiden afwisselend het grootste pottenbakkerscentrum van Nederland, met alleen al in Oosterhout een jaarproductie van een miljoen stuks rondom 1680.

De pottenbakkerij aan de Leeuwenstraat

Het oudste deel van ‘onze’ pottenbakkerij dateert uit de late middeleeuwen. Doordat Willem van Duvenvoorde, heer van Oosterhout, begin 1300 al een haven met kanaal liet aanleggen, kon ons aardewerk per schip vervoerd worden door heel Nederland. En aangezien de vraag naar aardewerk groeide, groeide in Oosterhout ook de productie en het aantal pottenbakkers, tot aan 14 grote bedrijven en een dertigtal kleintjes. Ons hele landschap was dus bezaaid met vrolijk rokende schoorsteentjes.

De familie van Loon

De pottenbakkerij aan de Leeuwenstraat/Koestraat was één van de grotere. Van 1758 tot 1947, bijna 200 jaar was zij in handen van de familie van Loon. Generatie op generatie gaven zij het geheim van de juiste mix en de beste draai- en baktechnieken aan elkaar door! De laatste pottenbakker uit de familie, Sjef van Loon, was tevens de allerlaatste pottenbakker van Oosterhout in de allerlaatste nog draaiende pottenbakkerij. Door zijn omscholing naar bloempotjes en de eerste rioolbuizen kon hij nog doordraaien, lang nadat aardewerkgebruiksvoorwerpen werden vervangen door gietijzer en andere, stevigere en mooiere materialen. Onze internationale betonindustrie is nog altijd terug te herleiden naar die eerste rioolbuizen.

De beroemdste pot

Het aardewerk vond zijn weg via de havens van Rotterdam naar heel Nederland. Omdat in de Gouden eeuw met name in Holland het schilderen van alledaagse taferelen (ook wel genrestukken genoemd) opbloeide in dezelfde periode als de opkomst van het Oosterhouts aardewerk, zijn de typische Oosterhoutse roodbruine baksels terug te vinden in een groot aantal kunstwerken uit die tijd. Bekijk eens wat genrestukken en zie… Staat daar in een hoekje een roodbruine kan. Of een aardewerk schaal met brood of vis. Zo ook op het misschien wel bekendste schilderij ter wereld; Het Melkmeisje van Vermeer. Haar kan en schaal zijn afkomstig uit Oosterhout en dat kan toch niet anders dan van onze pottenbakkerij afkomstig zijn?

Van bouwval tot een van de leukste kleine theaters van Nederland

In 1947 verkochten de erfgenamen van Sjef van Loon het pand. Het werd nog voor verschillende doeleinden gebruikt, maar raakte langzaam in verval. Totdat in 1993 Wim en Nellie Heemskerk besluiten – na 10 verhuizingen, meerdere verbouwingen en de oprichting van het Speelgoedmuseum op Stelten – aan een nieuwe uitdaging te beginnen. Een locatie die anderen bestempelen als oude vervallen schuren zien zij als de perfecte plek voor een klein Vestzaktheater. Ze starten aan een restauratieperiode van zes jaar.

De oude ovenvloer, vuurgang en draaiput komen onder de puinhopen vandaan en blijken nergens anders in Oosterhout (en Brabant en waarschijnlijk zelfs Nederland) bewaard te zijn gebleven. Het volledige dak wordt vernieuwd, de balkenconstructie verstevigd en boven op de vloerverwarming siert een prachtige oude tegelvloer. Een geluidsexpert adviseert over de akoestiek, wat onder andere zorgt voor speciale geluidsplaten tegen het dak. Licht, geluid en een podium van glas waaronder de ovenresten te bewonderen zijn. Op Internationale Theaterdag, 27 maart 1999 wordt De Schelleboom geopend en vindt de eerste voorstelling plaats!